Door Yasmijn Jarram

Dirk Zoete beschouwt zichzelf hoofdzakelijk als tekenaar. De andere kunstwerken die hij maakt, zoals maquettes, sculpturen en installaties, komen dan ook voort vanuit het tekenen en worden in essentie als tekeningen beschouwd. Zoete’s tekeningen ontstaan op verschillende manieren en zijn uiteenlopend in stijl. Op bepaalde momenten zijn ze beheerst en berekend getekend op millimeterpapier, op andere momenten krijgen ze pas tijdens het tekenproces betekenis en vorm. De materialen die Zoete gebruikt, zoals drukinkt, houtskool, houtdruk, krijt en af en toe zelfs modder, spelen een belangrijke rol in de totstandkoming van het werk. Tekenen is voor de kunstenaar steeds weer een wisselwerking tussen controle en chaos.
Belangrijke thema’s in Zoete’s werk zijn het solitaire wonen, de eenzame en altijd maar doorgaande arbeid, en een persoonlijke zoektocht naar het primitieve handelen en denken. Dit persoonlijke onderzoek kreeg eerder vooral vorm in grote maquettes, waarin architectuur en het menselijk handelen centraal stonden. Ook hierbij was het materiaalgebruik belangrijk, in dit geval bijvoorbeeld stal- of koeienmest, rubber, hout, aarde en stro. Voorheen werkte Zoete bovendien aan een onderzoek naar het gebruik van stalmest als bouw- en brandstof. De laatste tijd houdt hij zich echter voornamelijk bezig met het maken van grote potloodtekeningen, waardoor het bouwen van maquettes wat op de achtergrond is geraakt. De tekeningen staan op zichzelf, en niet of nauwelijks meer in dienst van een project of onderzoek.
Al met al bouwt Zoete alsmaar verder aan een utopische architectuur, die los staat van de realiteit maar niettemin een logische en praktische basis heeft. Deze architectuur doet soms kinderlijk aan, misschien zelfs naïef. De kunstenaar probeert op een instinctieve manier bezig te zijn met wat hij ‘overlevingsarchitectuur’ noemt.